1. Meet de sleutelwijdte SW
Meet met een schuifmaat tussen twee tegenoverliggende vlakke kanten van de zeskantmoer of boutkop. Meet niet over de hoeken. De diameter van de schroefdraad is evenmin de sleutelwijdte. Een M16-draad en een sleutelwijdte van 24 mm zijn dus twee verschillende maten.
2. Meet de benodigde afdekhoogte
Meet vanaf het vlak waarop de kap hoort aan te sluiten tot het hoogste punt dat binnen de kap moet vallen. Neem de moer, een eventueel uitstekende draad en bij ringafdekking de ring mee in de beoordeling. Een totaal gemeten hoogte van 35 mm kan niet zonder tekeningcontrole worden vergeleken met een buitenhoogte van 35 mm.
3. Meet de ring en de vrije ruimte
Noteer de buitenmiddellijn en dikte van de sluitring. Controleer daarnaast de vrije ruimte tot een naastgelegen kap, profiel, wand of las. De kap is aan de buitenzijde groter dan de sleutelwijdte. Bij een reeks flensbouten kan daarom de onderlinge steek bepalend zijn.
4. Leg bijzondere details vast
- Eén moer of twee (contra)moeren; vorm en hoogte van de moer.
- Draadmaat en uitstekende draadlengte; bij inch ook draadtype en spoed.
- Foto van de gehele verbinding plus een foto met een maatreferentie.
- Omgeving: binnen, buiten, zoutnevel, spatwater, langdurig nat of ondergedompeld.
- Gewenste kleur, vettype, aantal en onderhoudsbereikbaarheid.
Rekenvoorbeeld: M16 met ring
Je meet SW 24 mm en een totale afdekhoogte van 35 mm vanaf de ondergrond. De ring meet 30 mm buitenmiddellijn en 3 mm dikte. In de SWR-tabel staan voor deze ring onder meer SW24R-34 en SW24R-54. De uitvoering van 34 mm valt op hoogte af. De uitvoering van 54 mm is een kandidaat die je vervolgens op tekening, vrije ruimte en passing beoordeelt. Een telescopische kandidaat vraagt daarnaast controle van de minimale overlap.